Vaccinatie van werknemers

Met betrekking tot de vaccinatie van werknemers, als onderdeel van de bedrijfsgezondheidszorg heeft de Gezondheidsraad, het college dat de minister van VWS adviseert over vaccinatie, op verzoek van de staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 16 december 2014 het advies Werknemers en Infectieziekten, Criteria voor Vaccinatieuitgebracht). De commissie stelt vast dat vaccinatie van werknemers niet alleen moet worden overwogen met als doel de werknemer zelf te beschermen (de werknemer als risicoloper), maar ook om (kwetsbare) derden te beschermen tegen eventuele besmetting door de werknemer (de werknemers als risicovormer). De werkgever is immers verantwoordelijk voor zowel veilige arbeidsomstandigheden voor werknemers als voor de bescherming van bijvoorbeeld kwetsbare patiënten. Criteria voor de bescherming uit het advies zijn:

Kader ter bescherming van werknemers

Het kader waarmee een werkgever kan bepalen of vaccinatie van de werknemer onderdeel is van zijn optimale bescherming omvat vier criteria:

  1. De beroepsmatige blootstelling aan het infectieuze agens kan leiden tot een niet te verwaarlozen extra risico op ziekte bij de individuele werknemer.
  2. De vaccinatie van de werknemer leidt tot een aanmerkelijke vermindering van het extra risico op ziekte.
  3. Eventuele nadelige gezondheidseffecten van de vaccinatie (bijwerkingen) doen geen belangrijke afbreuk aan de gezondheidswinst.
  4. De gezondheidswinst voor de werknemer weegt op tegen de last die de werknemer door de vaccinatie ondervindt.

Kader ter bescherming van derden

Het kader waarmee een werkgever kan bepalen of de vaccinatie van de werknemer onderdeel is van het optimaal beschermen van (kwetsbare) derden omvat vijf criteria:

  1. De beroepsmatige blootstelling van de werknemer aan het infectieuze agens kan via transmissie leiden tot aanmerkelijke ziektelast bij derden.
  2. De vaccinatie van de werknemer leidt door afname van de transmissie tot een aanmerkelijke vermindering van de ziektelast bij derden.
  3. Eventuele nadelige gezondheidseffecten van de vaccinatie (bijwerkingen) bij de werknemer staan in een redelijke verhouding tot de gezondheidswinst bij derden.
  4. De last die de werknemer door de vaccinatie ondervindt, staat in een redelijke verhouding tot de gezondheidswinst voor derden.
  5. De verhouding tussen kosten en gezondheidswinst is proportioneel in vergelijking met andere mogelijkheden om de ziektelast bij derden te reduceren.

In dit advies worden voorbeelden besproken van hepatitis A, hepatitis B, en meningokokken C vaccinaties voor werknemers.

In vervolg op dit advies heeft de Gezondheidsraad op 24 maart 2015 advies uitgebracht over criteria voor Q-koorts vaccinatie van werknemers. Het vaccin Q-VAX is in Nederland niet geregistreerd voor humaan gebruik. Desondanks adviseert de Gezondheidsraad bij het uitbreken van een nieuwe Q-koorts epidemie vaccinatie te overwegen voor werknemers met een verhoogde kans op extreme blootstelling aan de Q-koorts bacterie en aan werknemers die bij blootstelling een verhoogde kans hebben op een ernstig beloop van de Q-koorts ziekte.