Hervaccinatie kinkhoest

Wat is kinkhoest?

Kinkhoest is een besmettelijke ziekte van keel, luchtpijp en neus. Het wordt veroorzaakt door de Bordetella pertussis bacterie. In Nederland worden de meeste kinderen volgens het Rijksvaccinatieprogramma ingeënt tegen kinkhoest. Desondanks komt kinkhoest in Nederland regelmatig voor bij kinderen en in toenemende mate bij volwassenen. Mede dankzij de vaccinatie is dat meestal in een mildere vorm.

Wat zijn de ziekteverschijnselen van kinkhoest?

Zeven tot tien dagen na besmetting treden de eerste klachten op zoals koorts, hardnekkige verkoudheid en een droge hoest. Deze eerste fase duurt ongeveer twee weken. Na deze twee weken worden de hoestbuien erger, vooral 's nachts; de hoestbuien gaan gepaard met ‘halen’ (gierend inademen) en het opgeven van slijm. Tijdens de hoestbui kan een patiënt blauw aanlopen en na de hoestbui wordt vaak gebraakt. De hoestbuien zijn erg vermoeiend. Deze periode duurt enkele weken; hierna gaat het hoesten langzaam over in een zogenaamde losse hoest (dus zonder slijm) die nog enige weken kan duren. Bij volwassenen treden deze verschijnselen vaak niet op. In dat geval lijkt kinkhoest op een forse verkoudheid.

Hoe kun je kinkhoest krijgen en hoe kun je anderen besmetten?

De kinkhoestbacterie zit in de keel van iemand die een infectie heeft. Door hoesten, niezen en praten komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet worden. Mensen met kinkhoest kunnen anderen besmetten. De kans op besmetting is het grootst in het begin van de ziekte. Dan is vaak nog niet duidelijk dat de patiënt kinkhoest heeft. Patiënten blijven besmettelijk tot vier weken na het begin van de typische kinkhoestaanvallen. Als antibiotica zijn gegeven in het eerste (verkoudheid)stadium (twee weken) van de ziekte, dan is de patiënt een week na het starten van die behandeling niet meer besmettelijk.

Wie kan kinkhoest krijgen en wie loopt extra risico?

Iemand die gevaccineerd is of kinkhoest heeft gehad, heeft afweer opgebouwd tegen de ziekte. Het is echter mogelijk dat iemand na jaren (5 tot 15 jaar) alsnog of opnieuw kinkhoest krijgt, maar dan in een lichtere vorm. Kinderen en volwassenen die niet alle inentingen tegen kinkhoest hebben gehad, lopen meer risico om ziek te worden. Hoe jonger het kind, hoe meer kans op een ernstig verloop van kinkhoest. Zeker (pasgeboren) baby's lopen risico op een ernstig verloop. Neem contact op met de huisarts als een baby in contact is geweest met een kinkhoestpatiënt. Ook kinderen met ziekten van de longen en het hart lopen meer kans op een ernstig verloop van de ziekte. Zwangere vrouwen kunnen, als zij in de laatste zes weken van de zwangerschap kinkhoest oplopen, de ziekte direct na de geboorte overdragen op de baby. Vanwege het besmettingsrisico kan het contact met patiënten waarbij kinkhoest is vastgesteld (door onderzoek van bloed of keelslijm) beter vermeden worden.

Vaccinatie tegen kinkhoest in het Rijksvaccinatieprogramma

Sinds midden jaren negentig van de vorige eeuw is er ondanks de vaccinatie tegen kinkhoest in het Rijksvaccinatieprogramma een toename van het aantal gevallen van kinkhoest. De toename wordt vooral gezien bij heel jonge kinderen (jonger dan 3-5 maanden, te jong om gevaccineerd te zijn). Maar ook bij kinderen boven de 9 jaar en volwassenen komt steeds vaker kinkhoest voor. Jaarlijks maakt 9% van de Nederlandse bevolking een kinkhoestinfectie door (De Greeff et al, 2010). Vaak is dit de bron van besmetting van zuigelingen. Juist bij deze heel jonge kinderen kan kinkhoest ernstig verlopen. Het leidt tot 50 à 100 ziekenhuisopnames per jaar en in een enkel geval zelfs tot overlijden.

Vaccinatie van zwangeren

Op 2 december 2015 heeft de Gezondheidsraad (in samenwerking met Zorginstituut Nederland) advies over kinkhoestvaccinatie uitgebracht aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

De Gezondheidsraad adviseert kinkhoestvaccinatie van zwangere vrouwen om zodoende jonge zuigelingen te beschermen tegen kinkhoest. ‘Cocooning’ (het vaccineren van mensen in de directe omgeving van de zuigeling) wordt niet geadviseerd, omdat deze methode niet bewezen effectief is om zuigelingen te beschermen. In juli 2018 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het advies van de Gezondheidsraad om zwangeren te vaccineren tegen kinkhoest overgenomen en besloten de vaccinaties door de jeugdgezondheidszorg te laten uitvoeren. Verwacht wordt dat in 2019 begonnen zal worden met vaccineren. De kosten van maternale vaccinatie worden vergoed..

Bronnen: RIVM en Gezondheidsraad (PDF).

Bescherming tegen kinkhoest na natuurlijke infectie duurt tussen de 4 – 20 jaar. De beschermingsduur van herhalingsvaccinatie is ongeveer 4-5 jaar. Daarna neemt de bescherming af.

Bron: RIVM Rapport 215121002

Vaccinatiemogelijkheden

Vaccinaties met kinkhoestvaccin worden uitsluitend vergoed door de zorgverzekeraars voor personen jonger dan 18 jaar.

Herhalingsdosis: 0,5 ml i.m. (uit flacon)

Uitgebreide informatie over de vaccins

Vaccins en Bijsluiters
Boostrix-Polio® (2 keer): Kinkhoest-difterie-tetanus-polio combinatievaccin (PDF)
Triaxis polio® (alternatief voor Boostrix-IPV®: Kinkhoest-difterie-tetanus-polio combinatievaccin (PDF)
diTekiBooster®: Kinkhoest-difterie-tetanus (PDF)

Prijzen (Zorginstituut Nederland): zie deze website.
Boostrix-Polio® : € 22,73 incl BTW, excl. afleveringskosten
Triaxis polio® : Onbekend
diTekiBooster®: Onbekend

Wel of niet hervaccineren?

In Nederland maakt 12% van de  65-plussers een kinkhoestinfectie door (De Greeff et al, 2010). Omdat de beschermingsduur van kinkhoesthervaccinatie maar 4 – 5 jaar is loopt iedereen boven de 9 jaar een kans van 9% op om kinkhoest te krijgen. Wil men dit voorkomen dan kan hervaccinatie met Boostrix-IPV of Traxis-polio overwogen worden in overleg met de huisarts.